Opties
zijn niet meer weg te denken in de huidige
beleggerswereld.
De
ontwikkelingen gaan bij opties sneller dan bij aandelen.
Optiebeleggers dienen
zich bewust te zijn van de risico's bij opties.
Tegenover de grote mogelijkheden om winst te maken bij
een juiste marktvisie staan exact even grote risico's om
verlies te lijden bij een foutieve visie.
Beginners raden wij aan
om zich eerst te verdiepen in de beginselen van optie
beleggen.
Optiestrategieën
.
Naast de bovenstaande
optie-constructies bestaan er nog meer uitgebreide en
zeer interessante strategieën waar een belegger met een
bepaalde visie gebruik van kan maken.
In Optiestrategieën (1)
is de call spread (= de call price spread) besproken,
maar een variant daarop is de call time spread.
Natuurlijk bestaat dan ook zijn tegenhanger de put time
spread. Er zijn nog meerdere combinaties mogelijk, bijv.
een call price spread in combinatie met een short put.
Deze wordt toegepast indien een belegger slechts een
beperkte stijging van het onderliggende aandeel verwacht,
maar zeker geen daling. Andere interessante constructies
kan men toepassen met de butterfly en de condor.
Call
Time Spread.
Dit is een combinatie van
een long call en een short call met dezelfde
uitoefenprijs, maar met een andere looptijd. Indien u
weinig beweging van de onderliggende waarde verwacht dan
kunt u met deze opzet profiteren van het wegsmelten van
de verwachtingswaarde. U kiest de spread dan zodanig dat
de verwachtingswaarde sneller wegsmelt voor de short
positie dan voor de long positie. U kunt met deze spread
ook uw investering in de long positie beperken.
Uw maximale winst is
onbeperkt, het maximale verlies blijft beperkt tot uw
investering.
Een voorbeeld:
U koopt een call januari
volgend jaar op uitoefenprijs 60 en u schrijft een call
oktober dit jaar ook op 60. Voor de long call betaalt u
aan premie € 5,50 en voor de short call ontvangt u een
premie van € 4,-. Per saldo betaalt u dus € 1,50.
Hierbij is de koers van het onderliggende aandeel €
57,60.
Na het innemen van deze
positie zijn er een aantal mogelijkheden.
1. De koers van het
aandeel blijft rond het niveau van € 57,- en op de
expiratiedatum loopt de
short call oktober 60 waardeloos af. De premie van de
januari long call zal ook in waarde zijn gedaald, immers
de afloopdatum is dichterbij gekomen. Stel dat de koers
van de long call januari 60 is gedaald tot € 3,50. Bij
verkoop kan dan een winst worden gerealiseerd van € 2,-
(€ 3,50 - € 1,50).
Uw winst op de
expiratiedatum in oktober is in dit geval 133,3%.
De long call heeft echter
nog een looptijd van 3 maanden en daarmee nog
winstpotentie mits het aandeel na oktober stijgt boven
koers 60.
Na de expiratie in
oktober kunnen zich 2 situaties voordoen.
2. De koers van het
aandeel is gedaald op de afloopdatum van de short call
oktober 60. De winst is dan gereduceerd of nihil omdat
de short call weliswaar waardeloos afloopt maar ook de
premie van de long call is gedaald, mogelijk onder het
niveau van de investering van € 1,50. Uw maximale
verlies is derhalve 100%.
De long call heeft ook nu natuurlijk nog wel een
looptijd van 3 maanden.
3. De koers van het
aandeel stijgt flink boven € 60,- uit. De spread zal dan
geen of weinig winst opleveren omdat beide calls
ongeveer evenveel stijgen. Tenzij de stijging zich pas
voordoet na de expiratiedatum in oktober. De short call loopt dan waardeloos af terwijl u winst maakt in de long
call januari. In deze spread is uw maximale verlies €
150,- en is uw maximale winst onbeperkt indien de waarde
van het onderliggende aandeel na oktober boven € 60,-
noteert.
terug naar boven
Put Time Spread.
Dit is een combinatie van
een long put en een short put met dezelfde uitoefenprijs,
maar met een andere looptijd. Hierbij gaat u uit van
dezelfde verwachting als van de call time spread, dus
van weinig beweging van de onderliggende waarde. Ook
hier wordt de
spread zodanig gekozen dat de verwachtingswaarde sneller
wegsmelt voor de short positie dan voor de long positie.
U kunt met deze spread ook uw investering in de long
positie beperken.
Uw maximale winst is
weliswaar beperkt, maar kan toch flink oplopen. Het
maximale verlies blijft beperkt tot uw investering.
Een voorbeeld:
U koopt een put januari
volgend jaar op uitoefenprijs 60 en u schrijft een put
oktober dit jaar op 60.
Voor de long put betaalt
u aan premie € 5,50 en voor de short put ontvangt u een
premie van € 4,-. Per saldo betaalt u dus € 1,50.
Hierbij is de koers van het onderliggende aandeel €
63,50.
Na het innemen van deze
positie zijn er weer een aantal mogelijkheden.
1. De koers van het
aandeel blijft rond het niveau van € 63,- en op de
expiratiedatum loopt de
short put oktober 60 waardeloos af. De premie van de
januari long put zal ook in waarde zijn gedaald, immers
de afloopdatum is dichterbij gekomen. Stel dat de koers
van de long put januari 60 is gedaald tot € 3,50. Bij
verkoop kan dan een winst worden gerealiseerd van € 2,-
(€ 3,50 - € 1,50).
Uw winst op de
expiratiedatum in oktober is in dit geval 133,3%.
De long put heeft echter
nog een looptijd van 3 maanden en daarmee nog
winstpotentie mits het aandeel na oktober daalt onder
koers 60.
Na de expiratie in
oktober kunnen zich 2 situaties voordoen.
2. De koers van het
aandeel is gestegen op de afloopdatum van de short put
oktober 60. De winst is dan gereduceerd of nihil omdat
de short put weliswaar waardeloos afloopt maar ook de
premie van de long put is gedaald, mogelijk onder het
niveau van de investering van € 1,50. Uw maximale
verlies is derhalve 100%.
De long put heeft ook nu
natuurlijk nog wel een looptijd van 3 maanden.
3. De koers van het
aandeel daalt flink onder € 60,- uit. De spread zal dan
geen of weinig winst opleveren omdat beide puts ongeveer
evenveel stijgen. Tenzij de daling zich pas voordoet na
de expiratiedatum in oktober. De short put loopt dan
waardeloos af terwijl u winst maakt in de long put
januari. In deze spread is uw maximale verlies € 150,-
en is uw maximale winst beperkt, maar deze winst kan
toch behoorlijk stijgen als het aandeel na oktober fors
onder 60 noteert.
terug naar boven
Call Price Spread in combinatie met een Short Put.
Indien uw visie zodanig
is dat u slechts een beperkte stijging van een aandeel
verwacht maar zeker geen daling, dan kunt u deze
strategie toepassen.
De call (price) spread is
al besproken in Optiestrategieën (1). In deze
constructie gebruikt u daarbij ook een short put. Door
de short put vergroot u de upside potentie van de call
spread. De maximale winst is beperkt en hoewel u een
premie van de put ontvangt kan het maximale verlies fors
oplopen.
De maximale winst is niet
in een percentage uit te drukken omdat u geen
investering heeft gedaan; u heeft premie ontvangen.
Een voorbeeld:
U koopt een call 50 en
schrijft een call 55, daarnaast schrijft u een put 55.
Voor de long call betaalt
u € 3,- , voor de short call ontvangt u € 1,- en voor de
short put ontvangt u € 2,75. Per saldo ontvangt u dus €
0,75. Na het innemen van deze positie zijn er een aantal
mogelijkheden.
1. De koers van het
aandeel eindigt op de afloopdatum boven de uitoefenprijs
van de short call 55: beide calls zijn in the money en u
verdient het verschil in uitoefenprijs minus uw
investering voor de calls. In dit geval dus
€ 5,- - € 2,- = € 3,-.
Echter u heeft ook de premie van de short put ontvangen,
uw totale winst bedraagt derhalve
€ 5,75.
Uw winst is in dit
voorbeeld ruim 90% hoger dan de winst die u met
uitsluitend een call price spread zou hebben behaald.
2. De koers van het
aandeel eindigt op de afloopdatum onder de uitoefenprijs
van de long call 50: beide calls zijn nu dus out of the
money en lopen waardeloos af. De short put is
daarentegen in the money en zal afhankelijk van de mate
waarin de koers van het aandeel onder het break-even
punt van € 49,25 is gedaald, een verlies opleveren. U
verliest dus niet alleen uw investering maar zal ook de
in waarde gedaalde aandelen moeten kopen tegen een koers
van € 50,-. Uw verlies kan dus fors méér bedragen
dan het maximale verlies op uitsluitend een call spread.
3. De koers van het
aandeel eindigt op de afloopdatum tussen de
uitoefenprijzen van de long call 50 en de short put 50
enerzijds en de short call 55 anderzijds: u verdient nu
het verschil tussen de uitoefenprijs van de long call 50
en de aandelenkoers plus de ontvangen premie van de
short put.
In deze spread maakt u
verlies indien de koers op de afloopdatum onder de €
49,25 staat, boven deze koers maakt u winst en u bereikt
maximale winst bij een koers boven € 55,-.
terug naar boven
Voordat we verder gaan
met de Butterfly kom ik nog even terug op de straddle en
strangle zoals die in Optiestratgieën (1) is behandeld.
De Straddle is een
combinatie van een long call en een long put (long
straddle) of een combinatie van een short call en een
short put (short straddle) met dezelfde looptijd en
dezelfde uitoefenprijs.
De Strangle is een
combinatie van een long call en een long put (long
strangle) of een combinatie van een short call en een
short put (short strangle) met dezelfde looptijd, maar met verschillende uitoefenprijzen. De
uitoefenprijs van de put is hierbij lager dan die van de
call.
Opent u een long straddle
/ - strangle met een open buy dan speculeert u op grote
veranderingen in de koers van de onderliggende waarde,
waarbij u niet weet welke richting die koers opgaat.
Indien de koers sterk daalt dan loopt de putoptie-premie
op en loopt de calloptie-premie waardeloos af.
Stijgt de koers dan is het juist andersom.
Opent u een short
straddle / - strangle dan blijft de winst beperkt tot de
ontvangen premies, maar is het verlies onbeperkt.
Het lijkt mij voor beginnende optie-beleggers niet
verstandig deze combinatie uit te voeren.
Long
Butterfly.
Mits goed gekozen biedt
een butterfly bij een risico van een kleine inleg een
behoorlijk winstpotentieel.
De long butterfly bestaat
uit een long straddle in combinatie met een short call
met een hogere uitoefenprijs dan de long call en een
short put met een lagere uitoefenprijs dan de long put.
We hebben in
Optiestrategieën (1) gezien dat een long straddle
bestaat uit een long call en een long put met dezelfde
uitoefenprijs en dezelfde looptijd. Bij de long
butterfly komt daar dus nog een short call en een short
put bij.
De long butterfly past u
toe als u een beperkte koersbeweging van de
onderliggende waarde verwacht, waarbij u niet weet in
welke richting de koers zich zal bewegen. Met de
toegevoegde short call en short put beperkt u ook de
investering in de long straddle.
Uw maximale winst is
beperkt en het maximale verlies beperkt zich tot de
investering.
Een voorbeeld:
Gelijktijdig koopt u een
call oktober 160 en een put oktober 160. Daarnaast
schrijft u de call oktober 190 en de put oktober 130.
Dus:
Short call okt. 190
Long call okt. 160
Long put okt. 160
Short put okt. 130
De koers van het
onderliggende aandeel staat op € 160,-. Voor de long
call betaalt u € 7,- en voor de long put
€ 6,-. Voor de short call
ontvangt u € 4,- en voor de short put € 2,-. Uw totale
investering komt uit op € 7,-. Na innemen van de
posities is het van belang dat de koers van het aandeel
op de expiratiedatum boven de € 167,- of onder de €
153,- (break-even punten) noteert om winst te kunnen
maken. Echter door de short call oktober 190 en de
short put oktober 130 wordt uw maximale winst beperkt
bij een koers van € 190,- aan de upside en bij een koers
van € 130,- aan de downside. Uw maximale winst is
€ 23,- (€ 30,- minus de investering van € 7,-) en uw
maximale verlies is 100%.
terug naar boven
Short
Butterfly.
De short butterfly
bestaat uit een short straddle in combinatie met een
long call met een hogere uitoefenprijs dan de short call
en een long put met een lagere uitoefenprijs dan de
short put.
We hebben in
Optiestrategieën (1) gezien dat een short straddle
bestaat uit een short call en een short put met dezelfde
uitoefenprijs en dezelfde looptijd. Bij de short
butterfly komt daar dus nog een long call en een long
put bij.
Bij de short butterfly
verwacht u weinig beweging van het onderliggende aandeel
maar u wilt zowel aan de upside als aan de downside uw
risico beperken. Bij deze constructie zijn zowel de
maximale winst als het maximale verlies beperkt.
Een voorbeeld:
Gelijktijdig schrijft u
de call oktober 160 en de put oktober 160. Daarnaast
koopt u de call oktober 190 en de put oktober 130.
Dus:
Long call okt. 190
Short call okt. 160
Short put okt. 160
Long put okt. 130
De koers van het
onderliggende aandeel staat op € 160,-. Voor de short
call ontvangt u € 7,- en voor de short put € 6,-. Voor
de long call betaalt u € 4,- en voor de long put € 2,-.
U incasseert in totaal € 7,-. Na innemen van de posities
is het van belang dat de koers van het aandeel op de
expiratiedatum onder de € 167,- of boven de
€ 153,- (break-even
punten) noteert om winst te kunnen maken. Door de
long call oktober 190 en de long put oktober 130 wordt
uw maximale verlies beperkt bij een koers van € 190,-
aan de upside en bij een koers van € 130,- aan de
downside. Uw maximale winst is de ontvangen premie van €
7,- en uw maximale verlies is € 30,- minus € 7,- = €
23,-.
terug naar boven
Meer
Butterfly.
Naast bovengenoemde
butterfly's bestaan er ook constructies die onder
dezelfde naam functioneren. U verwacht ook hier een
weinig variatie in de koers van de onderliggende waarde.
Hierbij schrijft u 2
gelijke calls en koopt u een call met een uitoefenprijs
hieronder en u koopt een call met een uitoefenprijs
erboven. Alle calls hebben dezelfde afloopdatum.
Voorbeeld: het
aandeel Heineken noteert rond 35.
verkoop 2 calls
Heineken mei 35
koop 1 call Heineken
mei 30
koop 1 call Heineken
mei 40.
We nemen aan dat
deze constructie u een kleine investering kost.
Op de afloopdatum in
mei expireert Heineken op bijv. 37,50. U verdient dan
met deze constructie 2,50 (2 x 2,50 verlies op de
geschreven calls 35, maar 7,50 winst op de gekochte call
30).
Daarnaast kunt u een
constructie opzetten waarbij u juist 2 gelijke calls
koopt en 1 call schrijft met een uitoefenprijs hieronder
en u een 2e call schrijft met een uitoefenprijs erboven.
Ook hier hebben alle calls dezelfde afloopdatum.
Voorbeeld: de AEX
staat in november op 397 en u:
koopt 2 calls jan.
400
schrijft 1 call jan.
385
schrijft 1 call jan.
415
Probeert u voor
uzelf uit te rekenen wat deze constructie u oplevert bij
de verschillende standen van de AEX op de
expiratiedatum.
Hoe zou een
constructie er uit zien als u uitgaat van puts in plaats
van calls?
U ziet, het
uitdenken van optieconstructies kan ver gaan. Ook
gedurende de looptijd kunt u allerlei aanpassingen maken op lopende combinaties. Blijft u hierbij dicht bij de
markt; let op winstwaarschuwingen, ex dividend gaan van
het onderliggende aandeel, kwartaal- en jaarcijfers en
ook de wereldpolitiek.
Handelen in opties
kan een zeer plezierig tijdverdrijf zijn.
terug naar boven
De Condor (call optie).
Deze combinatie lijkt
veel op de Butterfly. Ook hier geldt dat er geld te
verdienen valt aan rustig bewegende koersen, waarbij het
risico beperkt is tot een lage investering. Bij deze
bespreking gaan we uit van de constructies genoemd onder
"Meer Butterfly".
Het verschil met de
Butterfly is dat bij de Butterfly de verkochte calls
dezelfde uitoefenprijs hebben en bij de Condor niet.
Hierbij liggen de uitoefenprijzen van de verkochte calls
uit elkaar, waardoor men weliswaar minder voor de
geschreven calls aan premie ontvangt, maar daarentegen
wel meer vastigheid over de winst krijgt.
Een voorbeeld:
Gelijktijdig verkoopt u:
2 calls Heineken: 1 call
Heineken mei 35; 1 call Heineken mei 37,50
Gelijktijdig koopt u:
2 calls Heineken: 1 call
Heineken mei 30; 1 call Heineken mei 40
Indien het aandeel
Heineken boven de 30 blijft noteren, dan hebt u winst.
Bij een dalende koers onder de 30 lopen alle opties
waardeloos af.
Expireert Heineken op
bijv. 37,50 dan realiseert u een winst van € 5,- (1 x €
2,50 verlies op de geschreven call 35, maar € 7,50 winst
op de gekochte call 30). U ziet het verschil met de
Butterfly: een extra winstplateau van
€ 2,50.
Expireert Heineken op
40,- dan maakt u een winst van € 2,50 (1 x € 5,- verlies
op de geschreven call 35 en 1 x
€ 2,50 verlies op de
geschreven call 37,50, maar wel € 10,- winst op de
gekochte call 30).
Ook met de Condor kunt u
een constructie met puts opzetten.
terug naar boven