Als het aan de regering ligt
komt er een nieuw ontslagrecht. De huidige coalitie wil de
werkgevers verregaand tegemoet komen in hun wens om een
ontslag van een werknemer makkelijk te maken. De pers heeft
vooral het plan om de ontslagvergoedingen aan banden te
leggen en de afschaffing van de ontslagvergunning veel
aandacht gegeven, maar het voorstel van minister Donner gaat
veel verder. Als het aan hem ligt komt zelfs de rechter er
niet of nauwelijks meer aan te pas.
Waar gaat het eigenlijk om?
* Afschaffing van de
ontslagvergunning. De werkgever mag een werknemer opzeggen
als hij vindt dat hij een reden heeft, maar hij moet dan wel
een ontslagvergoeding betalen. Als voor iedereen duidelijk
is dat hij geen enkele grond heeft dan is het
ontslag vernietigbaar. Dat
laatste leidt dan tot een dubbele vergoeding.
* Afschaffing van de
ontbindingsprocedure bij de kantonrechter, behalve bij een
tussentijds ontslag bij een arbeidsovereenkomst voor
bepaalde tijd of als er een opzegverbod is, b.v. bij ziekte
van de werknemer.
* Als de werkgever wil opzeggen
omdat hij zijn organisatie wil aanpassen, een reden van
bedrijfseconomische aard, moet hij wel advies inwinnen bij
het CWI maar hij hoeft dan geen vergoeding te betalen. De
financiële situatie bij de werkgever hoeft daarbij geen rol
te spelen. Ook een doelmatiger inrichting van de onderneming
is een voldoende reden met als gevolg dat ook bij een
torenhoge winst toch geen vergoeding verschuldigd is.
* Een in vele gevallen
drastische verkorting van de opzegtermijn. Als de werkgever
van mening is dat de werknemer niet functioneert of als hij
van mening is dat de arbeidsverhouding is verstoord bedraagt
de opzegtermijn 4 weken. Wel moet de werkgever de werknemer
uiterlijk vier weken voor de opzegging meedelen dat hij tot
opzegging wil overgaan. Die termijn is bedoeld om de
werknemer in staat te stellen zijn werkgever te vertellen
wat hij van het ontslag vindt.
* De ontslagvergoeding wordt een
maandsalaris per dienstjaar met een maximum van een
jaarsalaris voor werknemers met een jaarsalaris boven de
€ 75.000. Voor werknemers met een jaarsalaris lager dan
€ 75.000 geldt € 75.000 als maximum. Boven de 40 jaar tellen
dienstjaren voor 1½ en boven de 50 voor 2. In dat geval is
het maximum een jaarsalaris plus de leeftijdsfactor. Als het
jaarsalaris in die gevallen lager is dan € 100.000 dan geldt
€ 100.000 als maximum.
* De werkgever mag de
ontslagvergoeding verminderen met de kosten van scholing van
een werknemer tot een bedrag gelijk aan 1/.1 maandsalaris
per dienstjaar.
* De vrijheid van werkgever en
werknemers om bij opeenvolgende contracten voor bepaalde
tijd af te wijken van de wettelijke regeling wordt beperkt.
Het blijft wel mogelijk om te bepalen dat ook na 36 maanden
contracten voor bepaalde tijd er nog steeds geen vast
dienstverband bestaat. Als er in een CAO wordt bepaald dat
er ook na 36 maanden nog steeds geen vast contract bestaat
heeft de werknemer bij het einde van het dienstverband recht
op een vergoeding van ¾ maandsalaris per dienstjaar te
rekenen over de dienstjaren na het derde dienstjaar.
Er wordt al tientallen jaren
gediscussieerd over een herziening van het ontslagrecht. De
ontslagvergunning is in 1944 ingevoerd en vanaf dat moment
verankerd in het ontslagrecht. De vakorganisaties koesteren
die ontslagvergunning. Zij zien daarin een basis voor een
redelijk ontslagrecht. De werkgevers willen er juist van af.
Vandaar dat werkgeversvoorzitter
Bernard Wientjes op 4 juli 2007 in zijn wekelijkse interview
verheugd was. Hij noemde het besluit van het kabinet moedig.
Daartegenover stelde FNVbestuurder Wilna Wind dat er alleen
maar nadelen voor werknemers onstaan als het plan in zijn
huidige vorm doorgaat.. Ze denkt dat de FNV snel klaar is
met de bestudering van het plan: "we kunnen net zo goed
meteen meneer Wientjes op Sociale Zaken zetten".
Waarschijnlijk zal ook dit
voorstel in deze vorm geen wet worden! Het plan is beslist
niet goed doordacht, is zeer onevenwichtig en de sociale
partners zullen het zeker niet in voldoende mate steunen! Op
dit moment wordt de redelijkheid van een ontslag nog
getoetst en heeft de rechter de mogelijkheid de
ontslagvergoeding aan te passen aan de omstandigheden in een
individueel geval.
Het ontslagrecht, of wat daar
nog van over is, wordt in Donners voorstel inderdaad heel
simpel maar voor een rechtelijke toetsing van een ontslag
aan redelijkheid en billijkheid, een norm die hecht
verankerd is in ons rechtstelsel, is geen plaats meer.
Donners redenering komt er op
neer dat ieder ontslag gerechtvaardigd is als er maar een
vooraf vastgestelde vergoeding wordt betaald. Dit is simpel
maar niet altijd rechtvaardig.
Ook een onderscheid tussen de
gevolgen van een bedrijfseconomisch ontslag (geen vergoeding)
of een ontslag om een andere reden (wel een vergoeding) is
niet per definitie gerechtvaardigd. Donner dreigt dwars door
de arbeidsrechtelijke porseleinkast te fietsen. Werknemers
hebben weer alle reden om lid te worden van een vakbond. Na
september 2007, tot die tijd hebben werkgevers en werknemers
de tijd gekregen met een advies te komen, zullen we zien of
Donner zijn dreigement heeft waargemaakt.
(uit: Regiowerk juli 2007; J.
vd Hel, Brunet advocaten)