Martin Zweig en zijn
Beleggingsmethode
Martin
Zweig schotelt investeerders een 'supermodel'
voor. Hij bespaart hen daarmee de tijdrovende
activiteiten die de heren Buffet en Lynch als noodzakelijk
voorstellen. In zijn boek 'Wonderwinsten op de beurs' geeft hij grif
toe dat niemand in staat is de beurs constant te slim af te zijn.
De successen die Zweig aan de
hand van zijn beleggingsmodel heeft behaald, ogen
indrukwekkend. De portefeuille van zijn beleggingsbrief 'The Zweig Forecast' noteerde sinds zijn ontstaan in 1972 geen
enkel verliesjaar. De kracht van Zweigs model ligt in de
timing. Zowel een koopsignaal als een verkoopsignaal die het
model in het verleden uitzond, bleken telkens van goudwaarde.
Zo gaf het model een koopsignaal voor de Amerikaanse
Standard&Poor's 500-index in oktober 1984. Dat koopsignaal
bleef geldig tot 18 september 1987. In die periode haalde Zweig een winst van 90 procent binnen. Een maand nadat het
koopsignaal was uitgedoofd, beleefde Wall Street zijn ergste
crash sinds 1929. Zweigs model wordt onderstut door één
grote pijler: het monetaire beleid van de Amerikaanse
centrale bank. Trekt de centrale bankier de rente
geleidelijk op, dan schakelen investeerders best over op
vastrentende effecten omdat die dan meer opbrengen. Een
monetaire versoepeling biedt nieuwe perspectieven voor
aandelenbeleggingen, is de achterliggende gedachte.
In tegenstelling tot Buffett en Lynch mijdt Zweig
groeiwaarden. Want, zo meent Zweig, analisten kunnen niet
onafgebroken de evolutie van ondernemingswinsten voorspellen.
Zijn motto luidt dan ook: koop sterke aandelen en verkoop
zwakke. De adelbrieven van Zweig mogen dan
indrukwekkend zijn, toch mag men niet uit het oog verliezen
dat Zweigs model op maat van de Amerikaanse beurs geschreven
is. De grote vraag blijft of investeerders op Europese
aandelenmarkten middels het 'wondermodel' even goed kunnen
varen als Amerikabeleggers.
