Nog voor
het einde van het jaar verwacht men dat China in economisch
opzicht Duitsland voorbij streeft en de derde economie in de
wereld wordt. De VS en Japan staan met resp. de eerste en
tweede plaats daar nog boven. De economie in China kent door economische
hervormingen sinds eind jaren tachtig een spectaculaire
economische groei van gemiddeld ca. 10% per jaar. Dan is het
ook niet verwonderlijk dat er tevens een flinke inflatie zit
aan te komen. Ondanks de twee renteverhogingen die de
Chinese Centrale Bank dit jaar doorvoerde blijft de inflatie
stijgen. In juni was dit 4,4%, het hoogste cijfer sinds
september 2004. Naast opnieuw een renteverhoging kan de
Centrale Bank ook de yuan verder revalueren, een stap die de
VS zeer welgevallig zal zijn. Hierdoor worden Chinese
producten in het buitenland duurder waardoor de export
terugloopt.
In
Nederland is het werkgelegenheidseffect van de handel met
China beperkt en bedraagt circa ½% van de totale
werkgelegenheid. De uitvoer naar China is goed voor circa 15
000 banen en aan de wederuitvoer van uit China ingevoerde
goederen zijn in Nederland circa 8 000 banen verbonden.
Het
gemiddeld inkomen per hoofd in China was in 1980 nog 5% van
dat in Nederland, nu is dat 25%. Maar er zijn grote
verschillen: in welvarende steden is het gemiddeld inkomen
drie keer zo hoog als dat op het platteland. Door dit
verschil bestaat er een sterke migratie naar de steden, waar
de migranten echter
weinig tot
geen rechten op sociale voorzieningen hebben. Mocht de
economische groei in China onverhoopt sterk verminderen, dan
zullen deze geringe rechten en de inkomensverschillen tussen
stad en platteland in de toekomst tot grote sociale
spanningen kunnen leiden. De Chinese machthebbers staan voor
moeilijke keuzes.